Nachttrein naar Lissabon

juni 6, 2008 at 8:59 pm (Literatuur) (, , , , )

Nachttrein naar Lissabon                                                                         Hanna Lammertse
Schrijver: Pascal Mercier                                                                          Klas 3D
Uitgeverij Wereldbibliotheek

‘Het leven is niet het leven dat we leven; het is het leven dat we ons voorstellen te leven.’
Raimund Gregorius is al jaren docent klassieke talen aan het gymnasium in Bern. Op een dag ontmoet hij een Portugese vrouw die hem zo intrigeert, dat hij midden in een les opstaat en wegloopt, zijn leven in Bern achter zich latend. Niet veel later loopt hij een oud Spaans boekenantiquaraat binnen op zoek naar boeken om Portugees te leren. Per toeval vindt hij daar een zeer bijzonder Portugees boek, dat hem gegeven wordt door de oude winkelier. Hij raakt volledig in de ban van het boek, geschreven door ene Amadeu de Prado. Een paar dagen neemt hij in een opwelling een nachttrein naar Lissabon, om op zoek te gaan naar de mysterieuze schrijver van het boek. Hij raakt verstrikt in een zoektocht naar Prado, maar vooral ook naar zichzelf: hoe meer mensen hij ontmoet wier leven vervlochten was met dat van Amadeu de Prado, hoe meer hij het besef krijgt dat de tijd hem door de vingers glipt. ‘Nachttrein naar Lissabon’ draait om alle grote vragen van het leven, bijvoorbeeld over vriendschap, loyaliteit en eenzaamheid.

Uit de eerste pagina’s denk je als lezer op te maken dat Raimund Gregorius een intens rustig, haast saai personage is dat zeer vaste principes heeft waar hij niet van plan is vanaf te wijken. Echter, al meteen na de ontmoeting met de Portugese vrouw begint hij te twijfelen aan alles waar hij eerst nog zo zeker van was: ‘Met een schok, heel anders dan hij van zichzelf had verwacht, drong het tot hem door hoezeer hij dat gebouw en alles waar het voor stond liefhad en hoezeer hij het zou missen. […] Gregorius draaide zich om en liep langzaam in de richting van de Kirchenfeldbrücke. Toen de brug in zicht kwam had hij het vreemde, even verontrustende als bevrijdende gevoel dat hij op het punt stond zijn leven op zevenenvijftigjarige leeftijd voor het eerst in eigen hand te nemen.’(p. 20/21/22)
Tot aan de ontknoping blijft het leven van zowel de hoofdpersoon Gregorius als de schrijver van de mysterieuze aantekeningen, Amadeu de Prado, verrassen en intrigeren. Prado blijkt een uitzonderlijk charismatische en zeer intelligente persoonlijkheid te zijn geweest, die desondanks worstelt met zijn leven en –vooral- zijn verleden. Gregorius treedt als het ware in de voetsporen van Prado door diens aantekeningen te lezen en op zoek te gaan naar dat verleden; hij ondergaat een immense verandering, die je als lezer van het begin tot het eind volgt.

Terwijl Gregorius op zoek gaat naar Prado kom je als lezer ook steeds meer te weten over zijn eigen leven en vooral zijn eerst zo vaststaande principes, omdat Gregorius zelf, voornamelijk dankzij Prado’s aantekeningen, steeds terugdenkt aan zijn eigen kijk op de wereld. Gregorius verplaatst zich in het leven van Prado en concludeert dat hij zelf, hoewel dat op het eerste gezicht niet het geval leek, op verschillende vlakken heel veel overeenkomsten vertoont met Prado. Hij volgt Prado’s gedachten via diens boek en de verhalen van diens vrienden en als lezer merk je op een gegeven moment dat het niet alleen Prado’s gedachten zijn, maar nu ook die van de hemzelf. Gregorius blijft hangen bij vragen die Prado zichzelf stelt in de aantekeningen en probeert er voor zichzelf een antwoord op te formuleren, iets wat tot zijn grote schrik lang niet altijd mogelijk is. Gregorius, die anders altijd de rust zelf was, begint door deze vragen steeds onzekerder en zelfs bang te worden dat alles waar hij dacht van op aan te kunnen, hem ontglipt: ‘Wat hij zonder te beseffen had gezocht, was een woord dat bij Homerus maar één enkele keer voorkwam. Het was alsof iets achter zijn rug, verborgen in de coulissen van zijn geheugen, wilde testen of zijn geheugen nog net zo goed was als vroeger. Zijn ademhaling ging snel. Het woord kwam niet. Het kwam niet. […] Met een hart dat als een razende tekeerging rende hij naar de kast en haalde de Odyssee eruit. Het oude, hard geworden leer sneed met zijn scherpe kanten in zijn handpalm. Koortsachtig bladerde hij in het boek en blies het stof van de bladzijden. Het woord stond niet op de plaats waar hij had gedacht.’ (p. 363/364).
De manier waarop de hoofdpersoon verwikkeld raakt met iemand die naarmate het boek vordert steeds meer zélf de hoofdpersoon lijkt te zijn, maakt het boek heel ontroerend.

De aantekeningen in het boek van Prado zetten echter niet alleen de hoofdpersoon aan het denken, maar ook de lezer zelf. De lezer wordt meegezogen in de gedachtewereld van Prado. Hij filosofeert over alle grote vragen des levens, heeft overal een duidelijke mening over maar lijkt daar soms zelf juist aan te twijfelen. Door middel van zijn eigen aantekeningen lijkt Prado zichzelf te willen overtuigen van zijn  gelijk. Als lezer lees je mee met de hoofdpersoon, die zelf de teksten uit het Portugees vertaalt; Pascal Mercier is zelf filosoof en dat is goed te merken aan de filosofische aantekeningen, die je ook als lezer aan het denken zetten: ‘Is het zo dat alles wat we doen uit eenzaamheid wordt gedaan? Is het om die reden dat we afzien van alle dingen waarvan we aan het eind van ons leven berouw hebben? Is dat de reden waarom we zo zelden zeggen wat we denken? Waarom anders houden we vast aan al die ontwrichte huwelijken, leugenachtige vriendschappen, saaie verjaardagsdiners? Wat zou er gebeuren als we al die dingen zouden opgeven, een eind zouden maken aan de sluipende chantage en voor onszelf zouden kiezen?’ (Amadeu de Prado, p. 315)

‘Het Parool’ had gelijk: Nachttrein naar Lissabon verdient het om een bestseller te worden. De verandering die de hoofdpersoon doormaakt is mooi weergegeven: de verstrengeling die langzaamaan ontstaat tussen hoofdpersoon en de mysterieuze Amadeu de Prado is ontroerend, evenals de angst die je ziet groeien bij beiden. De filosofische aantekeningen in het boek zijn mooi en zetten de lezer aan denken. Dat is duidelijk de bedoeling van het boek: iedere lezer zelf aan het denken zetten. Amadeu de Prado zei het al: ‘Onze verbeeldingskracht is ons laatste heiligdom’.

Plaats een reactie