Twee soorten ‘repetitie’
Zozo, vandaag twee soorten ‘repetitie’. Eén in de vorm van een proefwerk Wiskunde, dat zó belachelijk slecht ging bij vrijwel de hele klas dat we halverwege gewoon de slappe lach kregen. De lerares was even iemand op de gang terechtwijzen en in plaats van als een bezetene bij elkaar af te kijken vroeg iemand doodleuk of er íemand in het lokaal was die hier wél iets van snapte. We smeekten om het proefwerk te laten herkansen (met hoogste cijfer telt natuurlijk!) of zelfs te laten vallen… Of om het op z’n minst niet 2 keer, maar één keer mee te laten tellen. Helaas was de lerares onverbiddelijk, dus nu is het maar hopen dat iedereen zich kranig geweerd heeft.
Vanavond had ik vervolgens een repetitie met een strijkorkest: ik ben door hen gevraagd een solo-rol te vervullen op hun slotconcert en wel in de vorm van ‘het harpconcert in bes’ van onze geliefde G. F. Haendel. Een stuk waar ik nu al een jaar steeds in meer of mindere mate mee aan het werk geweest ben en wat je nu voor ‘uitvoerbaar’ zou kunnen beschouwen – ware het niet dat het, als ik zenuwachtig ben, nog steeds niet altijd even denderend lukt. De trillers en loopjes zijn er technisch wel ingeramd, maar als ik struikel raak ik toch echt af en toe wéér de weg kwijt. In ieder geval, de repetitie ging verder wel enigszins naar tevredenheid, ik weet in ieder geval weer waar ik aan moet werken…
Kortom: repetities zijn niet altijd mijn sterkste kant(a). En nu beloof ik mijn belofte van vanochtend in te lossen: ik ga mijn archiefje ‘publiceren’.