Oranjegekte en een overwinning
Ik heb weer genoten vanavond, zoals eigenlijk altijd het geval is bij voetbal. Niets heerlijkers dan op een rustige zomeravond (of winteravond, of herfstavond… Eigenlijk maakt dat niets uit) voor de tv te gaan zitten en uitsluitend onintelligente programma’s kijken. Over het algemeen houdt dit een rantsoen van Hollands Next Top Model, Dancing with the Stars, De Italiaanse Droom en Hell’s Kitchen in, maar ten tijde van het EK is het al helemáál goed toeven.
Al weken van tevoren wordt je erop voorbereid: posters met alle speeldata, Trom-Petten, oranje vlaggetjes, markiezen, ballonnen, T-shirts, polo’s, tuinbroeken, pasta en, last but not least, de Welpie van de AH. Kortom: supportershebbedingetjes zat, voor elk wat wils (of niet wils, het gros van de voorwerpen wordt je door de strot geduwd bij elke 9,95 aan boodschappen bij een willekeurige winkel). Zelf spaar ik voornamelijk de Welpies, die overigens lang niet zo goed plakken op fietsbellen als het op de reclame leek maar vooruit, het Welpielied is briljant en zo langzamerhand zou er toch een Nobelprijs voor de Reclame gegeven moeten worden aan de marketingafdeling van Albert Heijn.
En dan is het zover: na weken van oranjespullen verzamelen en complete weddenschapspoules waarbij de meest idiote standen voorbij komen is het dan de avond dat Nederland speelt. De Trom-Petten worden nu gebruikt, de Welpies mogen daadwerkelijk dienstdoen en half Nederland reist af naar Bern om de van tevoren zo zeker lijkende nederlaag van Nederland tegenover Italië te aanschouwen.
Ik zetel mij uiteraard ook voor de tv, oranje dekentje om, het konijn mag op z’n kleedje liggen met een oranje konijnensnoepje en de Welpies krijgen een ereplaatsje.
Ik zal eerlijk zijn: ik heb genoten. De Nederlanders speelden lang niet slecht en hoewel het tegenviel dat de Italiaanse spelers bepaald niet knap waren was het een heerlijke avond. Maar het genieten voor mij is toch vooral vanwege het commentaar, en dan bedoel ik niet alleen Cruijff die tijdens de rust de onsterfelijke woorden ‘Als de scheidsrechter fluit, dan heppie gelijk’ wist te produceren.
De commentator van de wedstrijd was in één woord fantastisch: bij het eerste doelpunt kon hij zelf nauwelijks geloven dat hij zat en er kwam slechts een verbaasd ‘huh? ooh… hij zit’ uit. Al snel ben ik met een blocnote bij gaan houden wat de beste man in het heetst van de strijd allemaal uitkraamde en dat is niet mis, de wijsheden vlogen je werkelijk om de oren, daar kunnen we het weer een tijdje mee doen:
‘Het moeilijkste aan voetbal is een doelpunt scoren’. Gek, je zou toch zeggen dat dat het steen-papier-schaar tussen de reservespelers was…
‘Daar werd van gezegd dat het een éénmalig wonder was’ Tja, dat heb je wel eens met wonderen. Het zou toch afbreuk doen als het vaker voorkwam.
‘Nu was het een blonde engel in de gedaante van de duivel’. Jaja, je ziet ‘m ook ohoveral! *pling*
‘Nu gaat het aankomen op de tweede lettergreep van het woord ”wedstrijd”’. Gelukkig heeft hij goed opgelet in groep 4.
‘Die wissel maakt niet zoveel uit, alleen een andere naam op die plaats… Nou ja, wel een prachtige naam natuurlijk: del Piero.’ Drie maal raden hoe z’n volgende zoon heet. Juist ja, Piet.
‘Van Basten geeft effe door wat de Italianen straks gaan doen.’ Maar als hij toch in de toekomst kan kijken kunnen we toch net zo goed meteen door naar de finale?
‘Er wordt altijd wel een keer op ‘t doel geschoten’. ‘t Zou toch naar zijn als dat niet zo was bij voetbal.
‘Dat is toch het laatste konijn dat uit de hoed kan komen.’ Fijn dat het konijn er ook bij betrokken wordt, persoonlijk zou ik het een Italiaan noemen, enfin.
‘Onderkant van de paal was ook mooi geweest’. Ja, we willen wel eens vaker dat er gescoord wordt in plaats van een faliekante misser.
‘De Italianen willen van dit veld af… Die willen niet eens meer douchen.’ Nou je begrijpt, dán is het end zoek.
‘Dat is zo’n wedstrijd waar je niet ‘t doel moet vrijgeven.’ Dat moet anders namelijk wél, da’s wel zo aardig voor je tegenstander.
‘Cassani waar velen niet meer van wisten dat ‘ie bestond.’ Nee, ik ook niet.
‘Van Persie zou er ook in moeten, maar voor wie? Je kunt moeilijk met z’n twaalven gaan spelen.’ Een waarheid als een koe.
Nee, wat dat betreft heeft voetbal toch een zeer hoog intellectueel gehalte. Op zulke wereldwijsheden kan ik weer even vooruit, maar u begrijpt het al: ik heb zin in de wedstrijd tegen Frankrijk, misschien kunnen we daar ook een leuk Frans spreekwoord verbuigen of iets dergelijks.
De nabeschouwing met Cruijff heb ik maar niet meer bekeken, zo fanatiek ben ik nou ook weer niet. Als Nederland verder komt dan de kwartfinales beloof ik met mijn hand op mijn hart serieus te gaan kijken, naar het café te gaan, minstens een Trom-Pet en een brulshirt van de Blokker (bij elke 7,83!) te kopen en uiteraard een mega-Welp. Tot die tijd volg ik liever het commentaar. Misschien moet ik maar eens via de radio gaan volgen, dan hoef ik al dat gevoetbal niet te zien.