Over enig kinderen en vele huisdieren

juni 12, 2008 at 6:37 pm (Just a blog) (, , , , , )

Laat ik maar met de deur in huis vallen: ik heb geen broers of zussen. Niet dat ik dat zo graag zou willen, ik vind het wel prima zo. Vroeger was het weleens lastig, echt iemand om mee te spelen heb je dan niet en ook niemand om mee ruzie te maken als je daar nou net zo’n zin in hebt. Voordelen zijn dat je altijd de aandacht hebt, je altijd lekker even ‘alleen’ kunt zijn en al je speelgoed van jou, alleen van jou en van niemand behalve van jou is.

In mijn omgeving waren er ook niet zo heel veel kinderen: ik had maar één buurjongetje, verder waren er overal alleen maar 0 tot 1-jarigen. Neven en nichten waren allemaal flink wat ouder dan ik maar gelukkig ging ik al vrij snel naar de crèche waar ik vriendjes kon worden met zo’n 25 andere kinderen naar keuze. Niet dat ze alle 25 even leuk en aardig waren in mijn 2 jaar oude oogjes maar het zóu kunnen en daar gaat het nou even om. Daarnaast vond ik het eigenlijk ook wel prima om met volwassenen om te gaan, kon je tenminste een goed gesprek mee voeren.

Kortom: mijn leventje als enig kind is zo slecht nog niet en nooit geweest ook, maar desondanks heb ik altijd een grote liefde voor dieren gehad en er zijn dan ook zeer veel huisdieren geweest, van vis tot hamster en van muis tot een zéér agressief konijn, die dit huis hun ‘thuis’ konden noemen, als ze hadden kunnen praten tenminste. Ik wilde per sé op paardrijden, al vanaf dat is wist wat het ongeveer inhield en dat is me dan ook gelukt. Daarmee was de kous echter nog niet af: al op vierjarige leeftijd kon ik mezelf de trotse eigenaar van een konijn noemen. Een rotbeest, achteraf gezien, ze viel je letterlijk aan als je het hok wáágde te openen voor iets anders dan om eten te geven. Na 2,5 jaar was ze dood, tot groot verdriet van mij en tot vreugde van mijn ouders, die 2,5 jaar lang met flinke krassen op hun handen hadden rondgelopen (gut, hebben jullie een nieuwe kitten?). Na het konijn volgde een kleine adempauze en, door omstandigheden wijs geworden, deden we het dit keer rustiger aan: sluierstaartvissen. Ook die hielden het helaas niet héél lang vol en ze hadden ook een bijzonder laag knuffelgehalte. De muizen die volgden vond ík wel leuk, maar mijn moeder absoluut niet. Ook deze bleken niet erg knuffelbaar voor een inmiddels 8-jarige en ook niet erg langlevend; 2 jaar en 3 muizen later was het hokje weer onbewoond. De hamster die er vervolgens in kwam te huizen was wél een schat van een beest en hij hield het bijna 3 jaar uit, een uitzonderlijke prestatie voor een gewone Syrische hamster. De hamster die erop volgde was ‘ook leuk’, maar minder knuffelbaar en angstiger dan ‘onze Houdini’, de eerste hamster. Nadat ook deze hamster stierf op de respectabele leeftijd van 2 jaar verkocht ik het hok dat een thuis was geweest voor zoveel knaagdieren via Marktplaats en het huisdierentijdperk leek afgesloten te zijn.

Niets bleek minder waar: bij een bezoek aan de plaatselijke dierenspeciaalzaak (je schijnt het geen dierenwinkel te mogen noemen) onder het mom van ‘gewoon even kijken, da’s leuk’ viel ik als een blok voor het leukste konijn uit de hele zaak: na een enigszins impulsieve ‘reservering’ woonde er plotseling nog geen anderhalve week later een konijn bij ons in huis. Vol goede moed begon ik met de opvoeding die verbazend goed verliep: ‘Tristan’ – alias Nijnemans – gedijt zeer goed in onze huiskamer en hij mag er trots op zijn dat hij één van de weinige Centraal Verwarmde Huiskonijnen in Nederland is. ’s Winters vraagt hij soms ’s avonds of de kachel een graadje hoger mag, hij heeft een eigen Ikea-kleedje (van ongeverfde katoen, alleen het allerbeste is goed genoeg!), een prachtig hok, een eigen wc waar hij keurig zijn behoeftes in doet, een mooi drinkflesje dat elke dag gevuld wordt met vers water, een liksteen waar hij al twee jaar geen lik van heeft genomen en een flínke voorraad speelgoedjes en snoepjes.

’s Avonds, als de tv aangaat, laten we het konijn los. Waar hij eerst alleen op zijn kleedje zat zwerft hij inmiddels door de hele woonkamer heen. Hij knaagt helaas wel aan alles wat los en vastzit (inclusief de piano en de handleiding van de cd-speler die wij al jaren kwijt waren maar die hij weer heeft gevonden) maar daar valt wat aan te doen. Het konijn springt op de bank als hij een snoepje wil, kan uren naar de tv kijken, houdt vooral erg veel van de kleur blauw en weet dondersgoed waar hij wel en niet mag zijn maar doet het lekker tóch. Hij kan zich heerlijk op z’n zij laten vallen en dan gaat hij ook nog liggen ‘duimen’ met een pootje in z’n mond. Hij is beledigd als je over z’n lange oren begint, of over zijn kleine staartje: verder wordt hij graag in het gesprek betrokken en zou hij waarschijnlijk het liefst ook nog een stem hebben in waar we vanavond naar gaan kijken.
Eigenlijk is het konijn sprekend… een enig kind.

 

 

 

 

Plaats een reactie