‘Lijmen’ – W. Elsschot

juni 22, 2008 at 6:45 pm (Literatuur) (, , , )

Ook deze recensie heb ik een tijd geleden voor school geschreven. We kregen een nogal strak schema op en de recensie is behoorlijk ‘zakelijk’ – niet helemaal mijn stijl, maar ik zal ‘m toch zo publiceren als hoe ik hem destijds heb ingeleverd.

‘Lijmen’ – Willem Elsschot.
Verschenen in 1924, later verscheen een vervolg: ”Het been”.

A) Samenvatting.
‘Lijmen’ vertelt het verhaal van de hoofdpersoon en verteller ‘Laarmans’, die zijn verhaal aan een oude jeugdvriend vertelt die hij ontmoet in een café. Het vertelt hoe Laarmans de oude Boorman ontmoet, die hem leert te ‘lijmen’, klanten zover krijgen een flinke hoeveelheid ‘Wereldtijdschriften’ te kopen die hoofdzakelijk uit onzin bestaan. Uiteindelijk is de bedoeling dat Laarmans het bedrijf overneemt.

B) Hoofdpersoon: Karakter, normen en waarden
‘Laarmans’ is in het begin van zijn verhaal een vrij verlegen, simpele man die door de oude Boorman op sleeptouw genomen wordt. Hij snapt aanvankelijk weinig van wat hij allemaal te doen krijgt en loopt voornamelijk achter de oude man aan: (p. 14) ”Zoudt u daarmede niet alvast afrekenen?’ vroeg de man [Boorman] met een blik op mijn fornuis. Ik legde mijn pijp op de grond, zette mijn hiel erop en drukte de kop tot gruis.”. Naarmate het boek vordert blijkt hij intelligent te zijn en veel inzicht te hebben in de gedachten van mensen; (p. 11) ‘De meester-smid wierp een moedeloze blik op de technische mestvaalt (…) hij probeerde op te luisteren door aan zijn verwaaide snor te draaien.’ Hij heeft over het algemeen weinig medelijden van de eigenaren van bedrijven die Boorman te gronde helpt door het verkopen van veel te grote hoeveelheden tijdschriften; slechts met één vrouw heeft hij wel medelijden, de eigenaresse van een smederij.

C) Vergelijking hoofdpersoon: begin en einde van het boek.
Het verhaal van Laarmans beschrijft zijn ontwikkeling van verlegen jongeman naar een oplichter eersteklas. Aanvankelijk begrijpt hij niets van wat hij moet doen; later wordt hij steeds sluwer en handiger in het zakendoen en steeds meedogenlozer tegenover de mensen die hij oplicht. Daarbij ontwikkelt hij een zekere flair; het feit dat hij plotseling geld te over heeft geeft hem het idee dat hij de wereld aankan: (p. 8) ”Wat of ik uitvoer? Ja, wat zal ik zeggen? Makkelijk om te vertellen is dat niet (…) Nog een stout?” En hij bestelde werkelijk nog twee flessen. ‘Ik betaal alles,’, stelde hij gerust.”

D) Relatie hoofdpersoon tot andere personages
Laarmans ontmoet in het begin van zijn verhaal de oude heer Boormans; hij heeft veel ontzag voor de man, die volkomen zelfverzekerd is en ontzettend handig is in het ‘lijmen’. Pas veel later in het verhaal durft hij af en toe iets tegen Boorman in te brengen, maar ook dan is Boorman nog altijd de absolute baas.

E) Vertelperspectief.
Eigenlijk zijn er twee ik-personages; de eerste is de man die Laarmans ontmoet en waaraan Laarmans zijn levensverhaal vertelt; (p.7) ”Ik had de man, die één tafel verder tegenover mij zat, reeds een paar keer aangekeken (…)”. De rest van het boek, vanaf het 2e hoofdstuk, vertelt Laarmans zijn verhaal in het ik-perspectief; (p. 10) ”Ik heb Boorman ontmoet, zoals wij elkaar gisteren ontmoet hebben, namelijk in een café, geheel onverwachts, maar nog iets later in de avond.”

F) Spelingen met de tijd?
Het boek bestaat voor een groot deel uit flashbacks, Laarmans en de eerste, naamloze ik-persoon ontmoeten elkaar na jaren en Laarmans vertelt zijn levensverhaal. Dit gebeurt dus nadat alles heeft plaatsgevonden waardoor het boek één grote flashback is. De ‘open plek’ is dus aan het begin van het boek alles tussen Laarmans’ eerste zinnen van zijn verhaal en het moment dat hij dit aan het vertellen is aan zijn jeugdvriend. Naarmate het boek vordert vult deze open plek zich met het levensverhaal van Laarmans, tot op het moment dat hij het aan het vertellen is aan zijn vriend.

G) Drie argumenten waarom u dit boek zou moeten lezen.
1) Dit boek is één van de bekendste boeken van de Nederlandse literatuur. Willem Elsschot staat bekend om zijn ‘pure’ manier van schrijven; zijn schrijfstijl is simpel, zonder poespas en juist daarom komen de vele grapjes en mooie passages goed tot hun recht.
2) Het boek is ontzettend geestig geschreven: juist door het pure taalgebruik komt de humor van het verhaal beter naar voren. Vooral de oude Boorman heeft een bijzondere kijk op het leven en een bijzonder inzicht in de manier waarop mensen denken: (p. 62) ”Aan dat incasseren zal je plezier beleven want de meesten beseffen pas waar het om gaat als je ze de kwitantie onder de neus houdt. Dan voelen zij zich als bij een wandeling in een bos met een beminnelijke gezel die onder ‘t kouten een pistool uit zijn gordel trekt.” Het boek is doorspekt met dit soort opmerkingen van de oude man, en dit in combinatie met het vaak wat timide, simpele denken van Laarmans is heel vermakelijk.
3) Door het ik-perspectief kun je je vanaf de eerste drie regels van het verhaal van Laarmans goed verplaatsen in hem. Hij begint te vertellen wat hij aan het doen was vlak voor hij Boorman ontmoette; (p. 10) ”Ik had lusteloos achter een vlag gelopen, ‘k weet zelf niet meer ter ere van wie. Een liberaal of iets van dien aard.” Dan vertelt hij hoe hij eigenlijk diep ongelukkig was, maar simpelweg niet wist hoe hij daar iets aan kon doen: (p. 11) ”Toen ik in het bijzonder aan de ‘’salutations distinguées” dacht die ‘k over dertig jaar nog typen zou, keek ik rond of ik soms iemand de vrees zat te bekijken die op mijn gezicht te lezen stond.’

Plaats een reactie