Later als ik groot ben
Er is één ding dat ik zeker weet en ook nu maar alvast aankondig, dan is dat tenminste duidelijk: als ik later groot ben en ga trouwen, trouw ik in een hele grote, hele mooie, hele witte trouwjurk. Níet in een leuk kittig paars mantelpakje en ook niet in een groen feestjurkje. Nee, ik trouw in een WITTE TROUWJURK.
Waarom ik dit zo zeker weet? Iedereen, werkelijk iedereen die ik ken in mijn omgeving die gaat trouwen of is getrouwd, wilde trouwkleding die ze ‘later ook nog weleens aandeed’. En neem het van mij aan, geen van die mensen heeft dat leuke paarse mantelpakje (dat jasje kan ik ook op een spijkerbroek dragen…) ooit nog aangehad. Het hangt sinds jaar en dag in een kledinghoes aan een hangertje helemaal links in de kast. Want het is zo besmettelijk (dan moet ik het steeds laten stomen), het kreukt zo snel, het ziet er zo feestelijk uit en als je het naar een feestje aandoet denkt iedereen ‘hé kijk, die heeft ‘r trouwpakje nog eens aangedaan.’ Begrijp me niet verkeerd: ik snáp wel dat vrouwen liever geld uitgeven aan iets dat ze nog vaker aandoen. Het werkt alleen gewoon niet. Het is en blijft je trouwjurk en je doet het nooit meer aan.
Net als het trouwfeest trouwens. En het trouwen zelf. Het moet een echte ceremonie zijn, niet iets met leuke persoonlijke toevoegingen. Gewoon een ietwat kalende grijze meneer, getuiges en twee ringen. Met de vraag of iemand er bezwaar tegen heeft. (En anders dan in vrijwel élke film waar zíj trouwt met een ander en niet met de hoofdrolspeler, hier zegt niemand natuurlijk dat hij/zij er bezwaar tegen heeft). Ook zoiets: de man in kwestie hoeft niet de jurk van tevoren al te zien. Hij moet wél met het bruidsboeket komen.
Dus, laat het duidelijk zijn: als ik later groot ben komt er een hele grote witte trouwjurk en een heerlijk ouderwetse ceremonie.