Hokjesgeest

augustus 24, 2008 at 7:57 pm (Mijn Mening) (, , , , , , , , )

Ik ben een gymnasiast en daarmee een VWO’er. Dat betekent dat ik geen havist ben, maar wél een middelbare scholier; dat betekent bijna automatisch dat ik deel uitmaak van de achterbankgeneratie en dus níet van de patatgeneratie. Ik speel harp, wat betekent dat ik een harpiste ben; daarmee géén contrabassist, maar wél een musicus. Dat ik paardrij maakt mij een amazone, maar dus geen hockeyster. Wél een sporter, als je het op die manier bekijkt. Het hangt er ook nog vanaf aan wie je het vraagt; volgens Amsterdammers ben ik een Amstelveense, volgens mensen uit Limburg ben ik een Amsterdammer (anders wordt het te ingewikkeld). Daarnaast zit ik ongetwijfeld in het hokje ‘bèta-meisje’ of misschien zelfs ‘bèta-nerd’. Dat betekent automatisch dat ik dús geen alphameisje/nerd/persoon ben en dus hoor ik niet bij díe helft van de samenleving. Ik zit in het hokje Nederlandse, wat betekent dat ik geen Engelse ben maar wél Europese, althans dat vinden de voorstanders van de EU, tegenstanders denken daar ongetwijfeld anders over.

Iedereen hoort dus wel bij bepaalde ‘groepen’. Iedereen wil iedereen voortdurend in hokjes stoppen, als het beestje maar een naam heeft dan is het goed. Waarom doen we dat? Het is geruststellend. Geef toe, het is heerlijk om te weten waar je aan toe bent. Als je mensen eenmaal in een bepaald hokje hebt gezet kun je tenminste ervan uitgaan dat ze zich zo ook wel zullen gedragen en dat is lekker makkelijk, want dan weet je meteen waar je aan toe bent. Je kunt van tevoren alvast plannen hoe je zult reageren als hij/zij dat of dat gaat zeggen, want natuurlijk gaat hij/zij dat zeggen want hij/zij zit in dat hokje dus dat doet hij/zij dat nu eenmaal. De aard van het beestje. Heerlijk is dat, je kunt alles van tevoren al weten en bedenken en dat is nou juist zo fijn.

Terwijl Nederland volgens mijn geschiedenisboeken de ontzuiling achter de rug heeft zie ik om heel eerlijk te zijn alleen maar méér zuilen met subzuiltjes, mini-subzuiltjes en micro-subzuiltjes verschijnen. Bij elke nieuwe politieke discussie ontstaan er meer; mensen die trots op Nederland zijn of juist niet, mensen-die-geen-problemen-met-het-actieverleden-van-een-politici-hebben en mensen-die-daar-wel-degelijk-iets-tegen-hebben; rokers of juist niet-rokers, en dan heb je ook nog subzuilen, te weten de sociale rokers en de verslaafden. En het mooie is dat iedereen over iedereen een kant en klare mening klaar heeft liggen in koelkast, klaar om (na een paar minuten in de magnetron) in de discussie te gooien.

Maar wanneer beginnen we nu eens met elkaar als mensen te zien? Ik bedoel, dat zou een fantastisch hok zijn, gezellig met z’n allen. Je hebt een groot hok nodig, dat wel, want er zijn behoorlijk wat mensen die in aanmerking komen voor dit hok, maar toch. Het zou maar wát gezellig zijn. Het makkelijke is ook nog eens dat mensen over iedereen hetzelfde zouden denken, net zoals ze dat zouden doen met al die andere hokken – iedereen in een bepaald hok is hetzelfde, dus dat zou hier dan toch ook gelden?

Of ga ik hier te kort door de bocht? Ik vrees van wel, maar in theorie kan het kloppen. Het is natuurlijk allemaal lichtelijk overdreven, maar in essentie is het waar dat iedereen iedereen graag veroordeelt tot een bepaalde groep. Maxima stal (lang voordat deze blog überhaupt bestond) mijn hart met de woorden: ”De Nederlander bestaat niet. Maar om u te troosten kan ik zeggen dat de Argentijn ook niet bestaat.”
Scherp.

Permalink Laat een reactie achter

Ergernissen

augustus 18, 2008 at 3:03 pm (Just a blog) (, , , , , , , , )

Morgen moet ik mijn rooster ophalen. Voor veel mensen klinkt die zin als ‘Morgen is het dag nul’ of ‘Morgen is de Dag des Oordeels’. Voor mij niet. Of eigenlijk, misschien toch wel. Dat hangt van het rooster af. Als het een rooster met veel dubbeluren en andere ingewikkeldheden is wordt het niet mijn beste dag, maar aan de andere kant hoef ik verder echt niets te doen die dag en bijkomstigheid is dat ik pas om twee uur ’s middags op school hoef te zijn… Wat inhoudt dat ik nog één dag kan uitslapen. Daarna begint school weer en dan is het ook meteen afgelopen met het uitslapen. En met het nietsdoen. En met het boekenlezen. En met het elke-dag-bloggen. Eigenlijk is dat ook wel weer leuk, het houdt je van de straat, zogezegd – ik bedoel, dat eindeloze nietsdoen, daar wordt je ook behoorlijk chagrijnig van als je talent hebt om ergens chagrijnig van te worden, wat de meeste mensen dus wel hebben, inclusief ikzelf. Het heeft ook z’n slechte kanten natuurlijk, ‘Elk voordeel heb z’n nadeel’, nietwaar?

Eén van de nadelen van het einde van de vakantie is dat je aan het einde ziet wat er terecht is gekomen van al je voornemens van het begin van de vakantie – doorgaans niets. Daarnaast zijn er dingen bijgekomen die je je tijdens de vakantie hebt voorgenomen en waar óók niks van terecht is gekomen. Het leven is soms gewoon niet eerlijk. Zo zou ik héél veel boeken gaan lezen deze vakantie: gelezen heb ik zeker maar lang niet alle boeken die ik nog op mijn lijstje had staan. Toegegeven, dat was ook redelijk onmogelijk geweest – het zijn er een krappe driehonderd. Maar toch. Daarnaast zou ik een briljante oplossing voor mijn permanente tekort aan tijd bedenken. Driemaal raden: niet uitgevoerd. Nou ja, half. Maar half is niet heel en dat betekent dat maar de helft van het tijdstekort is opgelost en dát betekent dat het dus nog niet is opgelost. Nog zo iets: het briljante idee dat ervoor zal zorgen dat ik voortaan niet drie keer per week drijfnat van de regen op school aankom is uitgebleven. M’n regenpak moet maar weer uit de kast gehaald.

En naast al die kleine schoolgerelateerde ergernissen heb ik er nog één: ik heb tijdens de vakantie een notitieboekje gekocht. Waarom? Don’t ask. Heb kwam gewoon zo even uit, laten we het daar op houden. Probeer is alleen dus dat ik niet weet wat ik ermee moet. Het lot van de meeste opschrijfboekjes is om uiteindelijk volgeklad te worden met boodschappenlijstjes en to do-lists, maar dat vind ik zo zonde en bovendien zou dat nog acht jaar flink kladden worden, het is een nogal dik opschrijfboekje. Daarnaast heb ik ook nog kladblokken en memopapiertjes die voor dat soort doeleinden eigenlijk veel handiger zijn. Probleem dus nog niet opgelost, wat ga ik nou met dat boekje doen? Het ligt op mijn bureau buitengewoon irritant te wezen. Alles is al de revue gepasseerd: gedichten erin schrijven? De frequentie waarmee ik gedichten schrijf is zó laag, dan is dat opschrijfboekje toereikend voor de rest van mijn leven en da’s ook weer zo wat. Verhalen schrijven? Dat schrijft niet zo lekker met de hand en bovendien moet ik dan weer inspiratie hebben, wat ik niet heb over het algemeen. De pagina’s laten zich ook niet fijn afscheuren, weer een argument om er geen boodschappenlijstjes in de kladden. Adressen is ook niet handig – er zitten geen tabblaadjes in dus dan blijf je bladeren. Iemand suggesties?

Kortom, ook al begint het schooljaar vol goede moed, ik heb nog genoeg zaken om me naast alle bakken huiswerk en andere bezigheden niet te vervelen. Jullie horen nog wel van me.

Permalink Laat een reactie achter

‘De teerling is geworpen’ – Jean-Paul Sartre

augustus 16, 2008 at 5:55 pm (Literatuur) (, , , , , )

Pierre en Eva gaan beiden om totaal verschillende leven toevallig op hetzelfde moment dood. Pierre, één van de leiders voor een aanstaande opstand, wordt vermoord door een verrader; Eva, een vrouw die gevangen zit in een ongelukkig huwelijk, wordt vermoord door haar man omdat hij uit is op de bruidsschat van haar jongere zusje. Pas na hun beider dood ontmoeten zij elkaar, terwijl ze rondzwerven door de straten van hun vroegere stad als schimmen, onzichtbaar voor de levenden. Hoewel ze dood zijn en elkaar op geen enkele manier kunnen aanraken raken zij op slag verliefd op elkaar. Dan worden zij teruggehaald naar het administratieve kantoor waar het leven van ieder mens gepland wordt; door een fout van het kantoor zijn zij elkaar tijdens hun leven misgelopen, terwijl ze voor elkaar bestemd waren. Ze krijgen de kans om samen terug te keren naar het leven, waar ze binnen vierentwintig uur moeten bewijzen dat hun liefde alles kan overwinnen.

‘De teerling is geworpen’ is een bijzonder verhaal over twee mensen, die hoewel ze voor elkaar bestemd waren en er toch niet in slagen om ‘in alle vertrouwen en met alle kracht van elkaar te houden’ (p. 73). Het is, behalve een liefdesverhaal, ook een zoektocht naar de vraag of je werkelijk je leven opnieuw kunt beginnen. Of is de teerling toch al geworpen, is hun levenslot al bepaald door vroegere keuzes en daden? Sartres existentialistische ideeën komen in het boek duidelijk naar voren wat het een bijzondere leeservaring maakt. Daarnaast is het ook een enorm ontroerend boek over twee geliefden, met een treurige ontknoping waar toch ook weer hoop vanaf sprankelt. Het boek laat je achter met een ‘Het is goed zo.’-idee.

Zie ook: Over Sartre (Just a Blog)

Permalink Laat een reactie achter

Over Sartre

augustus 16, 2008 at 5:34 pm (Just a blog) (, , )

Gisteren heb ik een dag ingelast voor mezelf waarbij ik hoofdzakelijk (lees: uitsluitend) op de bank heb gezeten met een boek. Of meerdere boeken, want ik lees op zo’n dag nogal snel, dus heb ik effectief 2,5 boek uitgelezen op één vrijdagmiddag.  Eén van de boeken die ik las – op aanraden van mijn ouders – was geschreven door Jean-Paul Sartre, een filosoof die kennelijk in zijn vrije tijd romans schreef. Of misschien filosofeerde hij in zijn vrije tijd en schreef hij boeken voor de kost, ik weet het niet – feit is dat het een erg mooi boek was. ”De teerling is geworpen” is de titel en het draait om twee mensen, die niets met elkaar te maken hebben totdat ze toevallig op hetzelfde moment doodgaan en elkaar dan tegenkomen.

Wat ik zo leuk vond was het idee van Sartre over de dood en wat daarop volgt. In het boek is het dus zo dat alle doden naar een bepaald steegje moeten en dan in een kamertje terechtkomen waar een secretaresse zit die noteert dat die-en-die om zo-en-zo laat dood is gegaan, eventueel door toedoen van wie en/of waarom. Vanaf dat moment zouden de doden dan dus terug naar aarde gaan en daar tussen de levenden rondlopen: onzichtbaar voor de levenden, maar de doden kunnen elkaar (én de levenden) wel zien. Wat mij nogal verbaasde: ze kunnen blijkbaar niet door muren of deuren heen. Jammer, dat zou nóg handiger zijn geweest.

Maar wat ik nou écht het interessante vind aan dit idee van Sartre, is dat alles – het hele leven – een vooropgezet plan zou zijn. Dat iemand, of iets, elk leven van tevoren heeft gepland. Dat betekent dat als er door een administratieve fout twee mensen die voor elkaar bestemd waren elkaar niet hebben gevonden tijdens het leven, zij een tweede kans krijgen om samen terug naar het leven te gaan om daar alsnog het leven te leven waar ze recht op hadden: samen. Ik heb er een tijdje over na zitten denken, dit idee…

Aan de ene kant is het misschien geruststellend. Ik bedoel: mocht je de liefde van je leven niet tegenkomen maar was dat wel de bedoeling, dan mag je het overdoen. Maar aan de andere kant: die ‘Planner’ (laat ik diegene zo maar even noemen) is niet per sé aardig. Want als elk leven van tevoren gepland is door iemand, dan hangt het hele leven dus af van de bui waarin Planner toevallig is op het moment dat hij dat bepaalde leven plant. Dat zou betekenen dat er mensen geboren worden om te lijden en anderen om gelukkig te zijn; dat betekent dat het leven van een dictator ook gepland was en het leven van een massamoordenaar óók. En daaruit leid ik af dat Planner een ongelooflijk náár creatuur is!

Want om welke reden wordt de één ziek en de ander niet? Om welke reden vermoord de één heel veel medemensen en probeert de ander dat juist te voorkomen? Kortom, ik vraag me af op welke grond Planner bepaalt wie welk leven krijgt. Dat zou ik nou graag eens aan Sartre willen vragen, wat zijn idee daarover is. Als ik zelf dit gedachtenpad probeer te volgen (want ik weet eerlijk gezegd absoluut niet zeker of ik me in deze filosofie ook maar enigszins kan vinden) kom ik al gauw uit bij het aloude principe van reïncarnatie. De enige ook maar op de één of andere manier een beetje geldige reden die ik zou kunnen bedenken om Planner het recht te geven dit soort zaken te besluiten is dat de één in een vorig wél een goed leven heeft geleid, en de ander misschien niet. Dan zou Planner dus degene zijn die straft of beloont. Dat legt een link naar karma en dat soort zaken, maar ik heb het idee dat de clue van reïncarnatie zoals ik dat ken niets te maken heeft met een persoon – eerder met een soort ‘dat gebeurt nu eenmaal zo’.

Doorgaand op dit idee van reïncarnatie in combinatie met Planner loop ik echter vast. Want: als we er even voor het gemak van uitgaan dan Planner niet op een bepaald moment is ontstaan, maar er altijd al is geweest (ik bedoel, hoe en waarom zou hij anders ontstaan zijn? Juist ja, dat wordt te ingewikkeld) dan was híj dus degene die het vorige leven van iedereen óók heeft bepaald. En ook het leven dáárvoor. En het leven dáár weer voor. En ooit heeft hij dus toch bedacht dat een bepaald persoon wreed zou zijn, en een ander juist vredelievend. In mijn ogen ontneemt dat feit hem dan het recht om mensen te straffen voor het feit dat ze wreed zijn geweest, want hij heeft dat zelf Gepland!

Dat reïncarnatie-idee verwerpend kom ik ook niet veel verder meer. Ik kom weer uit bij de vraag wat Planner het recht geeft mensen al dan niet te laten lijden. Het enige wat ik kan verzinnen is dat het dus daadwerkelijk gewoon afhankelijk is van of Planner het nou toevallig leuk vond om mensen te laten lijden of juist niet. Dat vind ik alleen helemaal geen sympathiek idee – een soort van toeval is het leven dan dus. Maar als het leven toeval is, had het niet Gepland hoeven worden. Dan hebben we die hele Planner dus ook niet nodig.

Hm.

Permalink 1 Reactie

‘Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij’ – J. S. Foer

augustus 13, 2008 at 11:58 am (Literatuur) (, , , )

‘Wat dacht je van een waterketel? Bijvoorbeeld eentje met een tuit die open- en dichtgaat zodra het water begint te koken, als een soort mond, en die leuke wijsjes kan fluiten, of Shakespeare kan citeren, of waarmee ik de slappe lach kan krijgen? Ik zou ook een waterketel kunnen uitvinden die voorleest met papa’s stem, zodat ik erbij in slaap kan vallen, of een aantal ketels die het refrein van ”Yellow Submarine” zingen, een nummer van The Beatles, die ik geweldig vind, want insectenkunde is één van mijn raisons d’être, dat is een Franse uitdrukking die ik ken…’  (p. 13)
Het begin van een extreem ontroerend boek, met in de hoofdrol Oskar Schell: uitvinder, Groot Ontdekkingsreiziger, archeoloog van Central Park, inconsequent veganist, Shakespeare-acteur, pacifist, verwoed schrijver van famail en verzamelaar van zeldzame munten en vlinders die een natuurlijke dood zijn gestorven. Oskar is nieuws- en leergierig en bovenal: negen jaar oud.
Hij verloor zijn vader bij de aanslagen op het WTC in New York; het verdriet dat daarmee gepaard gaat kan hij maar moeilijk verwerken. Als hij een sleutel in een vaas vindt die van zijn vader is geweest begint een geheime zoektocht door New York, op zoek naar het slot dat past bij de mysterieuze sleutel. Zelfs aan zijn oma, waarschijnlijk de belangrijkste figuur in zijn leven na de dood van zijn vader, vertelt hij niets.
En dat is nog maar één van de verhaallijnen. Terwijl Oskar op zijn geheel eigen wijze probeert een betekenis aan de dood van zijn vader te geven duikt zijn vele jaren geleden verdwenen grootvader weer op; een overlevende van het bombardement op het Duitse Dresden. Hij trekt bij oma in als ‘de huurder’ en aanvankelijk weet niemand behalve oma dat hij in werkelijkheid Oskars mysterieuze grootvader is. De brieven die hij schrijft aan zijn kleinzoon vormen ook een deel van het boek.

‘Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij’ neemt de lezer vanaf de eerste pagina mee in het leven van Oskar en later ook dat van zijn grootvader en oma; allemaal proberen ze, elk op eigen manier, zin te geven aan het leven en vooral aan de dood van hun dierbaren. Daarnaast schittert het boek door de enorme fantasie van zijn schrijver! Oskar verzint de meest wonderlijke dingen, zo stelt hij voor een postzegel uit te vinden met crème bruléesmaak. Niet alleen in het schrijven zelf komt dit tot uiting, ook in de uitvoering van het boek: foto’s van zaken waar Oskar zich mee bezighoudt, pagina’s waar letters over elkaar heen geschreven zijn omdat iemand te weinig plaats had zijn verhaal te vertellen, waardoor het onleesbaar is geworden… Oskars grootvader, die zijn vermogen om te spreken is kwijtgeraakt, schrijft alles wat hij wil zeggen op een verder leeg vel op waardoor er dus pagina’s in het boek voorkomen met één enkel zinnetje en verder blanco papier. De opbouw van het boek verdwijnt hierdoor en soms is het absoluut niet duidelijk vanuit welk perspectief het verhaal verteld wordt. Het is aan de lezer zelf om alle verhalen uiteindelijk op hun plaats te laten vallen en als het boek uit is, zijn de verhalen nog lang niet allemaal compleet. 
De thema’s - waarheid, liefde, communiceren en de onmogelijkheid daarvan door verdriet of verlies van dierbaren – zouden van Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij heel gemakkelijk een behoorlijk zwaar, donker boek kunnen maken. Echter, dankzij de humor en Foers lichte, vrolijke schrijfstijl, plus de vele verschillende vertelmanieren in het boek (dagboeken, brieven, gedachten) is het boek verre van dat. Op een lichte manier worden er antwoorden gegeven op vele grote vragen over waarheid, liefde en de dood: ”Verlegenheid is als je je afkeert van iets wat je wilt. Schaamte is als je je afkeert van iets wat je niet wilt.” (p. 194). ”Ik vind het jammer dat het een leven duurt om te leren hoe je moet leven.” (p. 200)Kortom: een ontroerend, licht en humoristisch boek over de grote vragen over het leven en de dood. Een aanrader door de prachtige schrijfstijl en de fantasie die van de pagina’s afspat. Elke passage verrast de lezer opnieuw, van begin tot het eind. Een aanrader!

Permalink Laat een reactie achter

Woorden

augustus 13, 2008 at 10:21 am (Gedichten) (, , , , )

Woorden zijn misschien van alles
Het meest alledaagse wat er is
Ze vormen geluid zonder
Het zelf te zijn

Woorden zeggen niets
Maar doen dat tegelijkertijd juist wel
Ze zeggen wat mensen voelen
Denken
Willen
Maar ze doen dat niet vanzelf

Woorden kunnen leeg zijn, hol klinken
Of barsten van emotie en hoop
Woorden kunnen alles zeggen
Zonder zelf te kunnen spreken

Permalink 1 Reactie

Wachten

augustus 13, 2008 at 10:07 am (Gedichten) (, , , , )

Wachten is
Het nietsdoen van de natuur
Het nietsdoen van
Degene die aan het wachten is

Wat doe je als je wacht?
Dat verschilt van mens tot mens
Slechts één ding dat vaststaat
De wachter wacht
Op datgene dat komen gaat.

Permalink Laat een reactie achter

‘Tirza’ – Arnon Grunberg

augustus 10, 2008 at 3:05 pm (Literatuur) (, , , , )

Op het eerste gezicht lijkt Jörgen Hofmeester een in alle opzichten min of meer gewone man; hij is vader van twee dochters, woont in een mooi huis aan de Van Eeghenstraat in Amsterdam en als zijn jongste dochter haar eindexamenfeest geeft, staat hij de hele dag in de keuken om de sushi te verzorgen. Dat zijn vrouw hem had verlaten voor een jeugdliefde en pas drie dagen vóór de eerste scène in het boek is teruggekomen blijkt pas later, evenals het feit dat Hofmeester eigenlijk vooral houdt van zijn jongste dochter Tirza en dat het wel en wee van de oudste, Ibi, hem feitelijk koud laat. Alles verwacht hij van Tirza: hij noemt haar hoog-hoogbegaafd, wil van haar een cellotalent en wedstrijdzwemster maken. Al vanaf haar tiende leest hij haar Tolstoj voor in de veronderstelling dat ze dat moet leren waarderen. Dat Tirza hierdoor denkt perfect te moeten zijn en hierdoor een eetstoornis ontwikkelt kan hij niet bevatten. Dankzij een zorgvuldig gepland financieel beleid heeft hij een aardig vermogen; als de wereldeconomie echter instort dankzij de aanslagen van elf september is hij vrijwel zijn hele kapitaal in één klap kwijtgeraakt.
Na haar eindexamen besluit Tirza een reis naar Afrika te maken samen met haar vriend. Als zij hem voorstelt aan Hofmeester op haar eindexamenfeest ziet Hofmeester in de vriend Mohammed Atta. Dit beeld blijft hem achtervolgen; hij ziet Tirza’s vriend als degene die zijn vermogen in rook heeft laten opgaan, als de schuldige van het feit dat zijn vrouw hem had verlaten. Als de twee, eenmaal in Afrika, niets meer van zich laten horen reist hij ze achterna om naar ze te gaan zoeken.

‘Tirza’ vertelt het verhaal van een vader die zijn dochter wil beschermen maar niet weet hoe hij dat moet doen. Jörgen Hofmeester is een gedesillusioneerde man, die naarmate het boek vordert zich beseft dat zijn hele leven mislukt is. De gedachte hieraan maakt hem bijna krankzinnig en beïnvloeden alles wat hij doet. Als lezer zit je in het hoofd van deze man, je volgt zijn gedachtenwereld die verklaart wat hij uiteindelijk gedaan blijkt te hebben.

Het boek komt vrij langzaam op gang, met name omdat je na de eerste bladzijdes teruggaat in de tijd, naar de tijd dat Hofmeester en zijn vrouw nog bij elkaar zijn en dat hun twee dochters geboren worden. Terwijl het verhaal verder gaat met het eindexamenfeest van Tirza komen er herinneringen boven bij Hofmeester over eerdere gebeurtenissen. Langzaamaan wordt duidelijk waarom Tirza een eetstoornis had, waarom zijn vrouw hem verlaten had en waarom zijn oudste dochter nauwelijks nog iets van zich laat horen. De gedachten van Hofmeester worden steeds krankzinniger wat op een knappe, subtiele manier door Grunberg door het verhaal verweven wordt. Het einde grijpt terug op een gebeurtenis eerder in het boek zonder dat je dat in de gaten hebt op het moment dat je als lezer die passages leest; een bijzondere en vooral verrassende ontknoping volgt. Pas achteraf vallen de puzzelstukken weer hun plaats en snap je als lezer waar alle losse herinneringen mee te maken hadden. Een bijzonder goed geschreven boek!

Permalink Laat een reactie achter

Over schoenen, sloffen en galajurken

augustus 10, 2008 at 1:25 pm (Just a blog) (, , , , )

Ik heb een schoenentic. Nou ja, schoenen – pumps. Laarzen. Slippers. Sandalen. Sportschoenen, gympen, All Stars, daar heb ik dan weer erg weinig (lees: niks) mee. Maar pumps: hoe hoger de hak, hoe beter. Idem met laarzen. Hoe vrolijkere en glimmeriger de slippers hoe leuker ik ze vind, idem met sandalen. Ik ben gek op dat soort schoenen, ik ben in zekere zin wel kritisch maar toch een stuk minder dan dat ik dat ben met bijvoorbeeld kledingstukken. Als ik schoenen leuk vind is het opeens een stuk minder erg als ze niet zo (of helemaal niet) lekker zitten, dan moeten ze met mij mee naar huis. Nu bof ik dat mijn moeder en ik dezelfde maat hebben, dan kan ik ook van haar lenen (wat helaas ook andersom het geval is).

Lange tijd dacht ik echter dat dit nou echt mijn énige tic was. Schoenen bedoel ik dus. Recentelijk heb ik na langdurig onderzoek echter kunnen concluderen dat ik voor nog veel meer dingen een tic heb. Zo ben ik bijvoorbeeld gek op leuke sloffen. Je hebt van die klompvormige sloffen waar ik al drie paar van versleten heb, maar ook roze met leeuwtjes op de neuzen… Je kunt het zo gek niet bedenken en da’s nou juist het leuke. Mijn nieuwste aanwinst is een paar uit een supermarkt in Frankrijk die groter is dan de Ikea: zwarte instapsloffen met een grote smiley erop die z’n tong uitsteekt. Fantastisch zijn ze. Kon ze natuurlijk niet laten liggen. Met badjassen heb ik dit stiekem ook maar omdat die wel érg veel ruimte innemen en het wel érg onnodig is om daar vier stuks van te hebben hou ik me in op dat vlak.

Nog vreemder: ovenhandschoenen, pannenlappen, keukenschorten en koffiebekers. Ik bedoel, het is niet alsof ik elke dag kook, af en toe wel maar niet zóvaak dat ik voor elke dag verschillende pannenlappen nodig heb. Meestal kan ik me wel bedwingen, ik heb één keukenschort en de ovenhandschoenenvoorraad is ook beperkt maar als je mij de vrije hand zou geven zouden er denk ik zo’n twintig paar in de kast liggen.
Bladmuziek. Loop met mij een muziekzaak binnen waar ze bladmuziek voor pedaalharpen verkopen en mij krijg je daar de komende twee uur niet meer weg. Al die stapels doorploegend kom je de leukste en gekste dingen tegen: een bewerking van de Moonlight Sonata van Beethoven voor harp bijvoorbeeld. Thuis bleek het een enorm gepruts te zijn en ik ben er nog steeds niet uit maar het idee is er. Op deze manier weten we nu in ieder geval al in acht talen het woord voor ‘pedaalharp’ aangezien ik deze tic dus ook graag ten uitvoer breng als we op vakantie in Italië zijn. Of in Griekenland. Of Frankrijk.
Tot slot ben ik verzot op galajurken. Niet om te kopen (daar zijn ze me iets te prijzig voor) maar vooral om naar te kijken. En te passen, als je toch toevallig in de winkel bent. Ook op het internet kun je heel aardige galajurken vinden (lees: geweldige). Bruidsjurken zijn ook zoiets, lijkt op galajurken maar dan in het wit. Heerlijk. Nu nog een man.

Permalink Laat een reactie achter

Zoveel woorden

augustus 10, 2008 at 11:20 am (Gedichten) (, , , , )

Ik zou een gedicht voor je maken
Als ik woorden zou weten
Die kunnen beschrijven
Wat ik voel

Ik heb gezocht maar
Niet gevonden
Die woorden, die kunnen zeggen
Wat ik voel

Zoveel woorden
Ontoereikend
Daarom
Ik hou van je.

Permalink Laat een reactie achter