Ergernissen
Morgen moet ik mijn rooster ophalen. Voor veel mensen klinkt die zin als ‘Morgen is het dag nul’ of ‘Morgen is de Dag des Oordeels’. Voor mij niet. Of eigenlijk, misschien toch wel. Dat hangt van het rooster af. Als het een rooster met veel dubbeluren en andere ingewikkeldheden is wordt het niet mijn beste dag, maar aan de andere kant hoef ik verder echt niets te doen die dag en bijkomstigheid is dat ik pas om twee uur ’s middags op school hoef te zijn… Wat inhoudt dat ik nog één dag kan uitslapen. Daarna begint school weer en dan is het ook meteen afgelopen met het uitslapen. En met het nietsdoen. En met het boekenlezen. En met het elke-dag-bloggen. Eigenlijk is dat ook wel weer leuk, het houdt je van de straat, zogezegd – ik bedoel, dat eindeloze nietsdoen, daar wordt je ook behoorlijk chagrijnig van als je talent hebt om ergens chagrijnig van te worden, wat de meeste mensen dus wel hebben, inclusief ikzelf. Het heeft ook z’n slechte kanten natuurlijk, ‘Elk voordeel heb z’n nadeel’, nietwaar?
Eén van de nadelen van het einde van de vakantie is dat je aan het einde ziet wat er terecht is gekomen van al je voornemens van het begin van de vakantie – doorgaans niets. Daarnaast zijn er dingen bijgekomen die je je tijdens de vakantie hebt voorgenomen en waar óók niks van terecht is gekomen. Het leven is soms gewoon niet eerlijk. Zo zou ik héél veel boeken gaan lezen deze vakantie: gelezen heb ik zeker maar lang niet alle boeken die ik nog op mijn lijstje had staan. Toegegeven, dat was ook redelijk onmogelijk geweest – het zijn er een krappe driehonderd. Maar toch. Daarnaast zou ik een briljante oplossing voor mijn permanente tekort aan tijd bedenken. Driemaal raden: niet uitgevoerd. Nou ja, half. Maar half is niet heel en dat betekent dat maar de helft van het tijdstekort is opgelost en dát betekent dat het dus nog niet is opgelost. Nog zo iets: het briljante idee dat ervoor zal zorgen dat ik voortaan niet drie keer per week drijfnat van de regen op school aankom is uitgebleven. M’n regenpak moet maar weer uit de kast gehaald.
En naast al die kleine schoolgerelateerde ergernissen heb ik er nog één: ik heb tijdens de vakantie een notitieboekje gekocht. Waarom? Don’t ask. Heb kwam gewoon zo even uit, laten we het daar op houden. Probeer is alleen dus dat ik niet weet wat ik ermee moet. Het lot van de meeste opschrijfboekjes is om uiteindelijk volgeklad te worden met boodschappenlijstjes en to do-lists, maar dat vind ik zo zonde en bovendien zou dat nog acht jaar flink kladden worden, het is een nogal dik opschrijfboekje. Daarnaast heb ik ook nog kladblokken en memopapiertjes die voor dat soort doeleinden eigenlijk veel handiger zijn. Probleem dus nog niet opgelost, wat ga ik nou met dat boekje doen? Het ligt op mijn bureau buitengewoon irritant te wezen. Alles is al de revue gepasseerd: gedichten erin schrijven? De frequentie waarmee ik gedichten schrijf is zó laag, dan is dat opschrijfboekje toereikend voor de rest van mijn leven en da’s ook weer zo wat. Verhalen schrijven? Dat schrijft niet zo lekker met de hand en bovendien moet ik dan weer inspiratie hebben, wat ik niet heb over het algemeen. De pagina’s laten zich ook niet fijn afscheuren, weer een argument om er geen boodschappenlijstjes in de kladden. Adressen is ook niet handig – er zitten geen tabblaadjes in dus dan blijf je bladeren. Iemand suggesties?
Kortom, ook al begint het schooljaar vol goede moed, ik heb nog genoeg zaken om me naast alle bakken huiswerk en andere bezigheden niet te vervelen. Jullie horen nog wel van me.