Bijna-doodervaringen stapelen zich op.
Misschien ligt het aan mij, omdat ik steeds vaker de krant lees of naar het nieuws kijk, maar van alle kanten komen ineens dreigende berichten over de naderende ondergang van de wereld. Waarom? Misschien omdat de economie in elkaar dreigt te lazeren, wat overigens ook wel weer schijnt mee te vallen volgens anti-doemdenkers (ook wel optimisten). Of misschien omdat we in West-Europa nu eenmaal al een geruimte tijd geen grootste rampen meer hebben ondervonden. Of misschien omdat nu blijkt dat patat een negatief effect heeft op het gedeelte in de hersenen dat voor positiviteit zorgt, waardoor de patatgeneratie een generatie vol ongelooflijke pessimisten blijkt te zijn. In ieder geval is het wel telkens weer iets om je gek te lachen. Tenminste, als je geen talent hebt voor doemdenken. Heb je dat wel, dan kun je je lol op.
De deeltjesversneller die ergens diep onder de grond bij Zwitserland ligt, zou volgens sommigen bijvoorbeeld gigantische zwarte gaten produceren. De hele wereld werd opgeslokt, de tegenstanders van de Large Hadron Collider wisten het zeker. Dat de wetenschappers die het ding ontworpen en gebouwd hadden en die op het punt stonden er jarenlang onderzoek mee te gaan doen zeiden dat het niet zo was lieten ze even buiten beschouwing, want weten die mensen er nou van. Natuurlijk is het de vraag of het ook maar énige relevantie heeft de oerknal proberen na te maken in een buis met een paar meter beton eromheen, maar ik sta wel zo positief in het leven dat ik denk ‘Als ze dat willen, doen ze dat dan maar fijn.’ Denken andere mensen anders over. Anyway, de wereld is niet vergaan toen de LHC werd aangezet. Schattig genoeg hadden de doemdenkers daar meteen een antwoord voor klaar: ja, ze zouden nog wel drie jaar dat ding aan laten staan dus dan kon het nog drie jaar elk moment gebeuren. Leuk dat ze dat niet meteen even vermelden, kennelijk moet je wel behoorlijk met de tijd meegaan als pessimist!
Dat is nog niet eens het leukste doemscenario. Naast het feit dat de economie in elkaar lazert, zodat iedereen over een jaar weer met een knuppel door de bossen moet gaan rennen, jagend op een tamme koe, en het feit dat Marco Borsato zijn nieuwe cd op de markt heeft gebracht, weten andere – of misschien wel dezelfde – doemdenkers het nu helemáál zeker: de aarde vergaat in 2012. Wanneer in 2012 is mij nog niet helemaal duidelijk, maar me dunkt dat 365 dagen (of zelfs 366 – is het niet een schrikkeljaar?) genoeg dagen zijn om er vanuit te kunnen gaan dat op minstens één van die dagen de aarde zal imploderen, of exploderen, of zal verdwijnen in een zwart gat (als die deeltjesversneller nog aanstaat). Aan het jaartal komen ze doordat de Maya-kalender dat jaar zal aflopen. En als je creatief telt ook de kalender van bepaalde indianenstammen, zo verzekerden enkele doemdenkende onderzoekers. Overigens schijnt dat je ook creatief moet omspringen met de Maya-kalender, want die schijnt van geen kant te kloppen, met als gevolg dat de aarde al lang vergaan had moeten zíjn. En dan hebben we het nog niet over het feit dat pessimisten en buitengewoon talent hebben om het slechtste te denken van álles – die Maya-kalender heeft het namelijk alleen over ‘een nieuwe tijdsperiode’ en dus helemaal niet over de ondergang van de aarde. Ik, met mijn positieve aard, denk dan persoonlijk dat dat weleens een heel mooi tijdsvak zou kunnen worden. Als je ziet wat voor ellende in het afgelopen tijdsvak allemaal is gebeurd, is het nu de beurt aan de mooie tijden, toch?
Ieder weldenkend mens zal zich nu afvragen waaróm in godsnaam de aarde zo nodig ten onder moet gaan. En eerlijk gezegd vraag ik me dat ook af.
Twee gedichten
Twee gedichten, elk met dezelfde twee beginregels. Verder verlopen ze totaal verschillend.
Dat moment
Tranen door een glimlach
Woede door mijn verdriet
Angst voor wat er komen gaat
Voor wat jij achterliet
Razernij over het verleden
Angst voor dit moment
Afschuw voor je woorden
Als jij je schuld bekent
Wanhoop speelt een spel met verbazing en verdriet
Ik voel alles en niets tesamen
Wat jij en al die mensen met jou
Langzaam van mij ontnamen.
Een veldslag van emoties
Tranen door een glimlach
Woede door verdriet
Angst vermengt zich langzaam met
Afkeer, of doet dat niet;
Euforie en vrees
Kruisen elkaar telkens weer
Terwijl sympathie wint van verbazing
Verliest bezorgdheid van de afkeer
Een veldslag van emoties
Is wat beslist wie ik zal zijn
Wie ik ben, wie ik was
En wie ik ben geweest.
De Wetenschap en de Liefde
Jij bent als de zon in mijn zonnestelsel
En als de sterren die jouw licht weerkaatsen
In mijn ogen
Je bent als het elektron dat nog nodig was
En als de Van der Waalskracht die mij
Bij jou houdt
Jij bent als de oplossing van de formule
En als het snijpunt van jouw weg
Met de mijne
Jij bent als het absolute nulpunt
En als het smeltpunt van mijn woede
Als ik in jouw ogen kijk
Jij bent als een zesde zintuig
En als de lens die voor mij kijkt
Als ik dat niet meer kan
Jij bent als de isotoop die nauwelijks voorkomt
En als het element dat nog niet gevonden is door hen
Maar wel door mij
Jij bent als alles
En als niets dat op jou lijkt
Uniek
Jaargetijden
Ik viel voor jou
Als een blad van een boom
In de herfst
Mijn liefde groeide
Als een roos uit een knop
In de lente
De tijd bevroor
Als het water in een trog
In de winter
Het is eeuwigdurend
Als een dag aan zee
In de zomer
Vraag en antwoord
Stel me een vraag
Ik weet een antwoord
Of het de goede vraag is?
Ik weet het niet
Het maakt niet uit
Stel me een vraag
Ik heb op alles
Een antwoord
Is dit het goede antwoord?
Ik weet het niet
Maakt het uit?
Ik weet het niet.
Onvindbaar
Er hangt zo veel in de lucht
Er is nog zo veel onbeantwoord
Onbesproken, onbenoemd
Onbemerkt
Men sluit de ogen voor alles
Dat overblijft, onzichtbaar is
We willen het zien, bemerken
Benoemen, bespreken
Het lukt niet
Ongewild, onbewust de ogen gesloten
Onvindbaar
Over biologie en multitasken
Met zo’n twee weken les achter de rug kan ik inmiddels wel concluderen welke vakken ik wél en welke ik absoluut níet leuk vind. Ik had natuurlijk al wel enig idee met drie jaar achter de rug, maar in de vierde dacht (en hoopte) ik dat sommige vakken toch echt leuker zouden worden. Ik merk er niet veel van, om eerlijk te zijn. In ieder geval kan ik nu met zekerheid zeggen dat ik Biologie het leukste vak vind!
Waarom? Na grofweg drie lessen weet ik al dat het moeilijk is om in een spiegel kijkend een ster om te trekken met een viltstift; ik weet hoe je een reflex uitlegt in taal die begrijpelijk is voor een achtjarige én, misschien nog wel het leukste, ik heb vooruitzicht op een koeienhersenenpracticum!
Voorbereidend daarop moeten we echter wel eerst uit een boek leren hoe menselijke hersenen eruitzien, welke delen in het Engels én Nederlands heten en wat hun functies (in twee talen) zijn. Ook leuk, omdat ik nu tenminste weet dat je voorhersenen, middenhersenen en (hoe verzinnen ze het) achterhersenen hebt. Daarnaast weet ik dat je twee hersenhelften hebt. En ik weet óók nog dat die verbonden met elkaar zijn!
En weet je wat nou het leuke is? Dat Biologie zo heerlijk toepasbaar is op ‘de praktijk’. Want wat blijkt? De reden dat vrouwen beter kunnen multitasken dan mannen is dat hun corpus colossum beter ontwikkeld is. In Jip-en-Janneketaal houdt dat in dat de verbinding tussen de hersenhelften beter is waardoor die twee helften beter kunnen samenwerken – tegelijkertijd!
Eindelijk weet ik dus hoe het komt dat ik – en vele dames met mij – wél muziek kunnen luisteren tijdens wiskunde en óók met de buurvrouw (en de mensen voor en achter ons) kunnen converseren over wereldlijke onderwerpen en aan het eind van de les (bijna) het huiswerk afhebben. De heren bij mij in de klas hebben daarentegen aan het eind van de dag nog bakken wiskundehuiswerk.
Wat nou de clue is van deze blog? Weet ik zelf ook niet. In ieder geval moge het duidelijk zijn dat Biologie op het moment mijn lievelingsvak is. Maar goed, dat soort dingen zijn veranderlijk…
Ik ga biologiehuiswerk maken, tschüs!