Hokjesgeest

augustus 24, 2008 at 7:57 pm (Mijn Mening) (, , , , , , , , )

Ik ben een gymnasiast en daarmee een VWO’er. Dat betekent dat ik geen havist ben, maar wél een middelbare scholier; dat betekent bijna automatisch dat ik deel uitmaak van de achterbankgeneratie en dus níet van de patatgeneratie. Ik speel harp, wat betekent dat ik een harpiste ben; daarmee géén contrabassist, maar wél een musicus. Dat ik paardrij maakt mij een amazone, maar dus geen hockeyster. Wél een sporter, als je het op die manier bekijkt. Het hangt er ook nog vanaf aan wie je het vraagt; volgens Amsterdammers ben ik een Amstelveense, volgens mensen uit Limburg ben ik een Amsterdammer (anders wordt het te ingewikkeld). Daarnaast zit ik ongetwijfeld in het hokje ‘bèta-meisje’ of misschien zelfs ‘bèta-nerd’. Dat betekent automatisch dat ik dús geen alphameisje/nerd/persoon ben en dus hoor ik niet bij díe helft van de samenleving. Ik zit in het hokje Nederlandse, wat betekent dat ik geen Engelse ben maar wél Europese, althans dat vinden de voorstanders van de EU, tegenstanders denken daar ongetwijfeld anders over.

Iedereen hoort dus wel bij bepaalde ‘groepen’. Iedereen wil iedereen voortdurend in hokjes stoppen, als het beestje maar een naam heeft dan is het goed. Waarom doen we dat? Het is geruststellend. Geef toe, het is heerlijk om te weten waar je aan toe bent. Als je mensen eenmaal in een bepaald hokje hebt gezet kun je tenminste ervan uitgaan dat ze zich zo ook wel zullen gedragen en dat is lekker makkelijk, want dan weet je meteen waar je aan toe bent. Je kunt van tevoren alvast plannen hoe je zult reageren als hij/zij dat of dat gaat zeggen, want natuurlijk gaat hij/zij dat zeggen want hij/zij zit in dat hokje dus dat doet hij/zij dat nu eenmaal. De aard van het beestje. Heerlijk is dat, je kunt alles van tevoren al weten en bedenken en dat is nou juist zo fijn.

Terwijl Nederland volgens mijn geschiedenisboeken de ontzuiling achter de rug heeft zie ik om heel eerlijk te zijn alleen maar méér zuilen met subzuiltjes, mini-subzuiltjes en micro-subzuiltjes verschijnen. Bij elke nieuwe politieke discussie ontstaan er meer; mensen die trots op Nederland zijn of juist niet, mensen-die-geen-problemen-met-het-actieverleden-van-een-politici-hebben en mensen-die-daar-wel-degelijk-iets-tegen-hebben; rokers of juist niet-rokers, en dan heb je ook nog subzuilen, te weten de sociale rokers en de verslaafden. En het mooie is dat iedereen over iedereen een kant en klare mening klaar heeft liggen in koelkast, klaar om (na een paar minuten in de magnetron) in de discussie te gooien.

Maar wanneer beginnen we nu eens met elkaar als mensen te zien? Ik bedoel, dat zou een fantastisch hok zijn, gezellig met z’n allen. Je hebt een groot hok nodig, dat wel, want er zijn behoorlijk wat mensen die in aanmerking komen voor dit hok, maar toch. Het zou maar wát gezellig zijn. Het makkelijke is ook nog eens dat mensen over iedereen hetzelfde zouden denken, net zoals ze dat zouden doen met al die andere hokken – iedereen in een bepaald hok is hetzelfde, dus dat zou hier dan toch ook gelden?

Of ga ik hier te kort door de bocht? Ik vrees van wel, maar in theorie kan het kloppen. Het is natuurlijk allemaal lichtelijk overdreven, maar in essentie is het waar dat iedereen iedereen graag veroordeelt tot een bepaalde groep. Maxima stal (lang voordat deze blog überhaupt bestond) mijn hart met de woorden: ”De Nederlander bestaat niet. Maar om u te troosten kan ik zeggen dat de Argentijn ook niet bestaat.”
Scherp.

Permalink Laat een reactie achter

Globalisering

juni 22, 2008 at 6:48 pm (Mijn Mening) (, )

Globalisering: Hemel of hel?

 

De definitie van globalisering luidt als volgt: ‘Proces waarin verschillende delen van de wereld steeds beter met elkaar in contact komen, communiceren en, vooral, handelen’. Uit deze definitie kunnen we dus afleiden dat globalisering iets van alle tijden is, dat de laatste jaren steeds sneller en gemakkelijker gaat. Waarom het makkelijker gaat? Door onze sterk verbeterde communicatiekanalen; we hebben telefoons, internet, televisie en radio en zijn tegenwoordig binnen anderhalve minuut van álle ontwikkelingen in de wereld op de hoogte! Door de vliegtuigen, schepen en vrachtwagens reizen onze handelsproducten met het grootste gemak de hele wereld door voordat ze op hun uiteindelijke bestemming aankomen.Dankzij de globaliseringen zou uiteindelijk grote verschillen tussen ‘Noord’ en ‘Zuid’ moeten vervagen, samen met de verschillende culturen en, niet te vergeten, de landsgrenzen. Die verschillen zijn nu echter nog duidelijk te zien; de gemiddelde levensverwachting bijvoorbeeld verschilt gigantisch. Het rijkste land had in 2004 een inkomen dat 100x zo groot was als dat van het armste land! Ook is het idee dat mensenrechten eindelijk weer universeler zouden worden dankzij het vermengen van culturen en het vervagen van de landsgrenzen.Dat zou natuurlijk een geweldige ontwikkeling zijn; maar is het wel zo?

Dit artikel gaat dieper in op de globalisering: wat zijn de voordelen, wat zijn de nadelen? Ik richt me vooral op de ontwikkelingslanden als India, die volgens sommigen een fantastische kans krijgen om te groeien. Anderen zien dat anders en vinden dat er verschillende addertjes onder het gras zitten.


Globalisering is dé kans voor ontwikkelingslanden om economisch te groeien en rijker te worden.

 

Vele mensen zijn het hier helemaal mee eens. Ze zijn van mening dat de komst van buitenlandse bedrijven (multinationals) in ontwikkelingslanden, zoals India of China, alleen maar positieve gevolgen kan hebben; de economie trekt aan, beurskoersen stijgen, mensen krijgen de mogelijkheid hun spaargeld te beleggen in plaats van het op de bank te zetten, wat soms lage rentes en op den duur zelfs verlies oplevert. Dit is bijvoorbeeld in China aan de gang; de rentes op spaarrekeningen zijn ontzettend laag, de inflatie is hoog; gevolg is dat het spaargeld steeds minder waard wordt. Chinezen besluiten hun spaargeld op de beurs te beleggen; de beurskoerst stijgt enorm en de Chinese bedrijven lopen fantastisch.

Nadeel is dat men de waarschuwingen van deskundigen negeert omdat ze als in een roes dóór blijven gaan met beleggen; economen uit de hele wereld waarschuwen dat de Chinese beurs binnen niet al te lange tijd in elkaar zal storten. Het kan nu éénmaal niet blijven stijgen en op het moment dat het fout zullen talloze Chinezen verschrikkelijke hoeveelheden geld verliezen. Zien we de globalisering dan nog steeds als een ronduit positieve ontwikkeling voor landen als China?

 

Wat veel mensen als één van de belangrijkste voordelen aandragen, is dat door het oprichten van vestigingen van multinationals in ontwikkelingslanden er meer werkverschaffing komt. Voorbeeld; als het callcenter van Harrod’s (Londen) in India is, dan betekent dat in India meer banen ontstaan. Er zijn immers mensen nodig om in de callcenters klanten te woorden te staan. Werkverschaffing betekent minder werklozen en dus minder armoede.

Wat deze mensen hierbij alleen vergeten, is dat het callcenter dat nu in India gevestigd is eerst in Londen of elders was. Daar hadden mensen dus een baan; door het callcenter te verplaatsen naar een land waar men goedkoper en/of efficiënter werkt, helpt je daar wel mensen, maar ontsla je dus mensen die niet in India werken maar in het oorspronkelijke callcenter. Gevolg: effectief heb je niet méér banen, alleen banen op een andere plek!

Wat eveneens een belangrijk nadeel is, met het oog op de werkverschaffing: de vraag is wát voor werk er gedaan moet worden! Vaak zijn de lonen onder het minimumloon, moeten de werknemers meer dan 14 uur werken, moeten ze verplicht (en onbetaald!) overwerken en zijn de omstandigheden vaak een gevaar voor de gezondheid door het werken met allerlei chemische stoffen. Kinderarbeid komt niet zelden voor; kinderen worden vaak ontslagen als ze ’s nachts proberen naar school te gaan. De fabrieken zijn vaak de enige inkomstenbron in de regio, waardoor er geen andere keus is dan doen wat er gezegd wordt.

 

Wat ook een voordeel genoemd wordt is de technische vooruitgang in ontwikkelingslanden. Het idee is, dat doordat multinationals nieuwe fabrieksmachines, telefoons, computer en dergelijke te introduceren het land in kwestie er technisch veel op vooruit zou gaan, wat de globalisering vervolgens weer versnelt doordat ook het ontwikkelings beschikking krijgt over betere communicatie- en verbindingswegen.

Nadeel hiervan is alleen dat techniek, zoals auto’s, vrachtwagens, treinen, vliegtuigen, telefoons en computers, niet bepaald gunstig zijn voor het milieu. Het werkt elkaar tegen; waar landen als Amerika aan de ene kant hun best doen om hun CO2-uitstoot te verminderen en milieubewuster te gaan leven, verkopen ze aan de andere kant enorme hoeveelheden ‘milieumoordenaars’ aan andere landen, waardoor ook die landen dus meer CO2 gaan uitstoten.

 

In de loop der tijd hebben veel ontwikkelingslanden in onder andere Afrika en Azië geld geleend van verschillende ‘geldschieters’, waaronder de Wereldbank. Dit deden ze om hun schulden aan andere landen af te kunnen lossen. Dit zou hen de kans geven ‘opnieuw’ te kunnen beginnen zonder schuld, zodat ze konden proberen door een andere weg in te slaan hun economie op te krikken en een rijker land te worden.

Het is jammer dat deze landen hiermee vaak ongezien een gigantisch risico lopen. Als hun ‘geldschieters’ om wat voor reden dan ook plotseling hun geld terugtrekken uit de economie van het land, dan is er grote kans dat het land in kwestie gewoon failliet gaat en de rentes op hun leningen niet meer kunnen betalen. Zij kunnen nog wel bij het IMF terecht, maar alleen als de overheid strenge maatregelen treft waarbij vooral minder geld gaat naar onderwijs, gezondheidszorg en verbetering van krottenwijken: nog steeds zo positief?

 

Eén van de grootste nadelen is misschien wel, dat er veel oneerlijke handel plaatsvindt. De arme boeren uit onwikkelingslanden kunnen vaak gewoon niet op tegen de boeren uit westerse landen door alle maatregelen die getroffen worden. Zo krijgen de boeren in westerse landen vaak hoge subsidies. Hun landbouwoverschotten verschijnen voor lage prijzen op de wereldmarkt en boeren in arme landen kunnen hun waar niet meer verkopen omdat ze genoodzaakt zijn er hogere prijzen voor te vragen omdat ze de kosten die ze maken om het te produceren eruit moeten halen. Het Noorden beschermt zo zijn eigen economie, ook door impolrtbelastingen te heffen om de import van goedkope producten uit het Zuiden tegen te gaan. Deze protectiemaatregelen zijn gunstig voor hun eigen economie, maar funest voor het Zuiden, waar vele boeren failiet gaan en naar de stad moeten trekken in de hoop daar een baan te vinden.

Kortom: over een onderwerp als globalisering zijn de meningen enorm verdeeld. In mijn ogen er zowel voor- als nadelen, hoewel ik in veel gevallen de nadelen zwaarder vind wegen. Het feit dat mensen uitgebuit worden en bepaalde landen denken een fantastische kans te krijgen, maar in werkelijkheid enorme risico’s lopen vind ik geen goede manier van doen. Globalisering opzich is in mijn ogen een goede ontwikkeling, mits het op de goede manier gebeurt en dat is vaak niet het geval. Het is zeker belangrijk dat de verschillen tussen Noord en Zuid vervagen, de mensenrechten universeler worden en de armoede bestreden wordt; op deze manier werkt het echter volslagen averechts en daar moet iets aan gedaan worden. En snel ook.

Permalink Laat een reactie achter

Supermarkten en obesitas in de samenleving

juni 6, 2008 at 8:57 pm (Mijn Mening) (, , , )

Wanhopig kijkt de moeder om zich heen en doet ten einde raad een greep in het –goedgevulde- snoepvak dat strategisch geplaatst is tussen de cornflakes en tijdschriften. De Kitkat lost op waar zij tekortschiet: in één klap zijn de drie jengelende jongetjes stil. De moeder zucht opgelucht en gooit snel de laatste boodschappen in het karretje, om vervolgens, haar zoontjes aan de armen meesleurend, naar de dichtstbijzijnde kassa te snellen waar ze nog snel voor de bejaarde man schiet die net zijn boodschappen op de band wilde leggen. Ze glimlacht nog even verontschuldigend terwijl ze de diepvriespizza’s waar de jongetjes zo om hadden lopen zeuren, op de band gooit.

 

De vraag is: wie heeft nu de schuld aan het stijgende percentage mensen in Nederland – vooral kinderen – met overgewicht? De supermarkten? Is het werkelijk hun schuld, omdat zij hun schappen op zo strategisch mogelijke plekken plaatsen? Ik denk het niet. Of is het de schuld van de overheid, omdat ze niet genoeg voorlichting op scholen geven? Nogmaals: ik denk het niet. Wie wél de hoofdschuldigen zijn? De ouders!

 

 

Om te beginnen vind ik dat de regering zich eens wat minder zou moeten bemoeien met de Nederlanders. Het is prima dat ze zich bezighouden met de volksgezondheid, maar het moet niet te ver gaan. Mensen zijn wezens die goed in staat zijn voor zichzelf te denken en dat moet je ze dan ook vooral laten doen. Je kunt het daarnaast supermarkten niet kwalijk nemen dat ze proberen zo veel mogelijk te verkopen: ze moeten immers winst maken om het hoofd boven water te kunnen houden! Als alle Nederlandse supermarkten omwille van nieuwe regels van de regering verlies gaan lijden, gaat het slechter en slechter met de Nederlandse economie: dat is toch óók niet de bedoeling van onze regering? Hooguit zou de regering door middel van zo’n spannende reclamecampagne of –helemaal leuk!- een fijne voorlichting op tv de Nederlanders kunnen proberen wat meer zelfbeheersing bij te brengen. Daar ligt immers het probleem: als alle mensen af en toe eens de verleiding tot een Mars, Snickers of Kitkat zou kunnen weerstaan, zou het niets uitmaken of de supermarkten het snoepschap bij de kassa of tussen de tijdschriften en de augurken zou plaatsen.

 

Daarbij: over het algemeen wordt in de discussies over dit onderwerp vaak voor het gemak even vergeten dat de overheid al volop bezig is met voorlichtingen en reclamecampagnes: hieruit kunnen we opmaken dat die dus de afgelopen jaren vergeefse moeite zijn geweest. Het percentage te zware kinderen blijft stijgen, terwijl er alles aan gedaan wordt om diezelfde kinderen op de gevaren van overgewicht te wijzen en ze aan te moedigen gezonder te gaan eten. Conclusie: het wérkt niet. Als we vervolgens kijken naar de manier waarop deze voorlichtingen gegeven worden verbaast mij dat eerlijk gezegd totaal niet: de ‘voorlichting’ die men op school geeft bestaat over het algemeen uit een eenmalig bezoek van één of andere – in de ogen van de kinderen – halfbejaarde die gezond eten en veel sporten predikt. Heel gek, maar de kinderen knikken braaf en drie minuten later doen ze zich tegoed aan het zakje chips dat werd uitgedeeld vanwege een verjaardag. Wie een probleem als dit systematisch wilt voorkomen, moet je in plaats van symptoombestrijding het probleem bij de wortel aanpakken. Wat is de wortel? Juist ja, de ouders! Leer hén wat de gevolgen van overgewicht kunnen zijn, zij snappen tenminste wat je bedoelt als je het hebt over ‘risico op onvruchtbaarheid’ of ‘hoger risico op hart- en vaatziekten of hoge bloeddruk’.

 

Tot slot: de wetenschap zou kunnen proberen om, in plaats van het zoveelste omstreden onderzoek te publiceren, een oplossing voor dit probleem te zoeken. Men publiceert  naar hartelust het ene onderzoek na het andere, maar verrassend genoeg komt uit vrijwel alle onderzoeken dezelfde conclusie: overgewicht is niet goed voor je en het percentage Nederlanders met overgewicht neemt gestaag toe. Bij ieder nieuw onderzoek zijn er ook weer nieuwe critici te vinden, die van mening zijn dat het onderzoek niet goed is uitgevoerd, gedocumenteerd of niet voldoende ondersteund door medische feiten… Maar in plaats van te proberen die paar critici te overtuigen, die misschien wel simpelweg het probleem niet onder ogen willen zien, zouden wetenschappers ook kunnen proberen een oplossing voor het –door de meesten allang erkende- probleem te vinden. Spruitjes met Marssmaak bijvoorbeeld.

 

Kortom: de overheid zou eerst eens moeten bedenken of ze zich wel met álle aspecten van het leven van de burgers moet bemoeien. En als ze dan toch besluiten dat dit belangrijk is, laat ze dan hun voorlichting eens op de ouders richten in plaats van doorgaan met iets dat zichtbaar geen effect heeft. Daarbij zou het handig zijn als de wetenschap zich eens bezighoudt met oplossingen, in plaats van met telkens weer hetzelfde probleem constateren.

Permalink Laat een reactie achter

Waar blijft Emancipatiesmurf?

juni 6, 2008 at 8:54 pm (Mijn Mening) (, , )

Smurfin huppelt op haar schattige hooggehakte schoentjes door het Smurfendorp. Ze heeft een mandje om de arm, want ze gaat paddestoelen zoeken in het bos zodat ze het avondeten kan maken. Dan schrikt ze en ze begint bijna te huilen. Het hengsel van haar mandje is kapot! Snel rent ze naar Klussmurf toe, die gelukkig in no time het mandje weer gefikst heeft.
Maar waar is de zelfredzaamheid van Smurfin gebleven? Kennelijk is onze –als zeer vrouwelijk afgeschilderde- Smurfin niet in staat zelf met een tube superlijm aan de slag te gaan.
Men zegt wel eens dat de jeugd de spiegel van de samenleving is. Helemaal juist in dit geval: jonge kinderen weten door allerhande tv-programma’s, kinderboeken en natuurlijk door ervaringen op de kleuterschool, al heel jong precies hoe het hoort. Meisjes zijn er om schattig te zijn, jongens zijn er om het geld te verdienen. Kortom: de emancipatie is nog lang niet ‘’af’’. Maar hoe komt dat eigenlijk?

Ten eerste: al van jongs af aan krijgen meisjes duidelijke signalen over hoe ze zich moeten gedragen. Terwijl jongetjes prima in een oude trui de hele dag kunnen voetballen, moeten meisjes zich al vanaf hun eerste dag op de basisschool ‘leuk aan willen kleden’, natuurlijk met veel kettinkjes, korte rokjes en haltertopjes. Als ze ouder zijn veranderen de kettinkjes in tattoos en neuspiercings, maar het idee blijft hetzelfde. Echter, het draait niet alleen om het uiterlijk: ook wat betreft de schoolprestaties is het duidelijk dat meisjes meer aanleg moeten hebben voor talen en dat de jongens beter kunnen rekenen. Hoe wanhopig de samenleving dit soort beelden wil veranderen: ze zijn er nog steeds. Denk aan het typische voorbeeld van Smurfin: ‘de Smurfen’ worden nog dagelijks uitgezonden op televisie, net als vele andere kinderprogramma’s waar deze gang van zaken volkomen normaal is.
Dat is een voorbeeld van een absoluut niet-geëmancipeerde (Smurfen)samenleving. Jonge kinderen leren hier dus al heel jong mee hoe het in elkaar zit in deze wereld: meisjes zijn lief, leuk, schattig en een beetje dom. Later leren ze waaróm vrouwen op de wereld zijn: juist ja, om voor een gezin te zorgen, Smurfin heeft immers ook een Babysmurf. Hoe moeten jonge meisjes nu het idee krijgen dat ze het best zelfstandig en zelfredzaam kunnen zijn?

Maar willen vrouwen eigenlijk wel zo nodig meer emancipatie? Want terwijl het aan alle kanten wordt aangemoedigd om te blijven werken nadat het eerste kind geboren is, doen vrij weinig vrouwen dit ook daadwerkelijk. Als een vrouw wel besluit te blijven werken wordt zij vaak door vriendinnen en buren raar aangekeken. Het wordt beschouwd als ‘’zielig voor de kinderen’’ als de moeder niet 7 dagen per week thuis is om voor de kinderen te zorgen. Op het consultatiebureau wordt raar opgekeken door de vrouwelijke medewerkers als een vader met zijn 3-jarige zoontje binnen komt lopen. Daarnaast gebruiken de meeste vrouwen maar wát graag hun vrouwelijkheid om net iets meer opslag te krijgen of die net iets betere baan te bemachtigen en weten de meeste vrouwen dondersgoed dat hun vrouwelijkheid ze soms uit een benarde situatie kan helpen – dagelijks hoor je verhalen over een vrouw die met een vriendelijke, iets flirterige glimlach meneer de agent zover krijgen de bon weer te verscheuren. Hoe hard de politiek ook haar best doet om voor te doen komen dat Nederland een goed geëmancipeerd land is, het valt in de praktijk dus vaak vies tegen.

De keerzijde hiervan is dat emancipatie wel van twee kanten moet komen: vrouwen stoppen vaak met werken bij de geboorte van een kind en stellen zich vaak vrijwillig op als een  kwetsbaar ‘vrouwtje’, maar de mannelijke helft van de maatschappij werkt ook niet mee. Vrijwel iedere vrouw die een bètastudie wil kiezen zal wel een keer te horen krijgen ‘Ach vrouwtje, doe dat nou maar niet, da’s toch niks voor jou…’ Vrouwen in leidinggevende functies zie je nog altijd een stuk minder dan mannen met eenzelfde functie binnen een bedrijf: het grootste deel van de politici is man, hoewel de vrouw als staatssecretaris wel haar opmars maakt is er nog altijd een overdonderende mannelijke meerderheid binnen het kabinet.

Kortom: het gaat niet geweldig met de emancipatie in Nederland. Terwijl Amerika twijfelt tussen een zwarte Afro-Amerikaanse man en de vrouw van een oud-president als presidentskandidaat, heeft Nederland nog steeds een blanke man aan het hoofd van de natie staan en blijft het grootste deel van de vrouwelijke bevolking thuis na de geboorte van het eerste kind. En zolang ‘de Smurfen’ wordt uitgezonden in Nederland, gaat dat ook niet veranderen, vrees ik.

Permalink Laat een reactie achter

Klimaatverandering in míjn ogen

juni 6, 2008 at 8:38 pm (Mijn Mening) (, , , , )

Waarom zijn er alleen plannen tegen klimaatsverandering op de lange termijn? ‘In 2010 moet Nederland 5% schoner zijn’. Ja, en dan? Misschien is het dan al te laat, als we zo doorgaan, is er in 2010 geen Noordpool, geen Bangladesh en geen Nederland meer. Waarom denken wij nu toch dat als we nou allemaal maar 5 procentjes schoner worden, de wereld gered gaat worden? Zo lang wij auto’s, vliegtuigen, kerncentrales en snelwegen blijven bouwen gaan het milieu en de aarde achteruit. Wij wonen op de aarde: tenzij we spontaan allemaal naar Mars vertrekken, hebben wij de aarde nodig om te leven. Dat gaat niet lukken als we haar zo vervuilen als we nu doen. Waarom blijven we volhouden dat we schoner kunnen leven zonder comfort te verliezen? Waarom wijzen we áltijd naar anderen, en nooit naar onszelf? Waarom moet Amerika met baanbrekende maatregelen komen, en waarom moeten wij daarop wachten? Als wíj, met onze geweldige technische universiteiten, nu eens gaan nadenken over schonere auto’s die niet op benzine of diesel rijden in plaats van met ingehouden adem wachten tot de Amerikanen tot de ontdekking komen dat er eens iets gedaan moet worden?

Waarom willen we geen schone auto’s? Omdat die meer geld kosten. Waarom kosten ze meer geld? Omdat ze speciaal zijn. Maar wat hebben de makers in godsnaam aan geld, als de aarde dreigt te verdrinken? Waarom gebruikt niet íedereen spaarlampen, waarom zorgen we er niet voor dat we niet meer afhankelijk zijn van de grondstoffen van de aarde?

En waarom, wáárom denken wij alleen aan onszelf? Wij liggen inderdaad onder zeeniveau, wij zullen als een van de eersten overstroomd worden als de zeespiegel echt zo gigantisch stijgt. Maar er zijn landen die óók onder zeeniveau liggen, én geen geld hebben voor hogere dijken of andere maatregelen. Wat moet er van Bangladesh worden, als de zeespiegel stijgt? Waarom denken we daar niet aan?

Waarom staat er niet iemand op in onze fantastische regering, die de leiding neemt en iets concreets doet? Kennelijk hebben mensen een leider nodig, die hen vertelt wat te doen. Wij doen het niet uit onszelf, iedereen rijdt nog altijd vrolijk rond in hun lustig CO2-uitstotende auto’s en fabrieken vervuilen er lustig op los. Iedereen is bezig met een nieuw kabinet, maar we hebben weinig aan een kabinet als het te besturen land verdronken is.

Als we besluiten dat we de aarde ook voor komende generaties heel willen houden, moeten we niet steenrijke eurocomissarissen naar Brussel sturen om daar (net uit hun BMW gestapt) ze eens fijn over milieuvervuiling te laten praten. We moeten niet pietluttig doen over anderhalve procent hier, en twee procent daar. Er moeten afspraken komen, en goede afspraken ook. Als er landen niet mee willen doen, prima, ze hebben zichzelf ermee. Maar als er één schaap over de dam is, volgen er meer.

Permalink Laat een reactie achter