Licht.
Lawaai verdrijft zwijgend de stilte en
De warmte verlamt de kou terwijl ik me
Langzaam
In een poel van geluk dompel.
Licht.
Mezelf
De stilte zwijgt
Als een graf waar
De duisternis het licht heeft uitgedoofd
Het licht verblindt
Als een zon die
Met haar duizenden zonnestralen nooit alleen zal zijn
En hier, in de poel van mijn gedachten
Zal ik vinden wat ik zoek.
Mezelf.
Twijfel
Weggaan kan niet
Niet nu, niet vandaag
Nooit.
Hier blijven kan niet
Niet hier
Niet nu.
Maar ik wil weg
En blijven tegelijk
Verscheurd door twijfel
Blijf ik halverwege staan.
Kiezen of delen
Kiezen of delen
Het liefst
Deed ik
Geen van beiden.
Niet onverwacht
Ik zak in elkaar
De wereld lijkt ineens
Oneindig ver hier vandaan
De grond valt weg onder mijn voeten
Het besef krijgt langzaam
Maar zeker vat op mijn gedachten
Alles lijkt verloren
Op dit ene moment
De stilte als een deken
De duisternis komt plotseling
Maar niet onverwacht.
Twee gedichten
Twee gedichten, elk met dezelfde twee beginregels. Verder verlopen ze totaal verschillend.
Dat moment
Tranen door een glimlach
Woede door mijn verdriet
Angst voor wat er komen gaat
Voor wat jij achterliet
Razernij over het verleden
Angst voor dit moment
Afschuw voor je woorden
Als jij je schuld bekent
Wanhoop speelt een spel met verbazing en verdriet
Ik voel alles en niets tesamen
Wat jij en al die mensen met jou
Langzaam van mij ontnamen.
Een veldslag van emoties
Tranen door een glimlach
Woede door verdriet
Angst vermengt zich langzaam met
Afkeer, of doet dat niet;
Euforie en vrees
Kruisen elkaar telkens weer
Terwijl sympathie wint van verbazing
Verliest bezorgdheid van de afkeer
Een veldslag van emoties
Is wat beslist wie ik zal zijn
Wie ik ben, wie ik was
En wie ik ben geweest.
De Wetenschap en de Liefde
Jij bent als de zon in mijn zonnestelsel
En als de sterren die jouw licht weerkaatsen
In mijn ogen
Je bent als het elektron dat nog nodig was
En als de Van der Waalskracht die mij
Bij jou houdt
Jij bent als de oplossing van de formule
En als het snijpunt van jouw weg
Met de mijne
Jij bent als het absolute nulpunt
En als het smeltpunt van mijn woede
Als ik in jouw ogen kijk
Jij bent als een zesde zintuig
En als de lens die voor mij kijkt
Als ik dat niet meer kan
Jij bent als de isotoop die nauwelijks voorkomt
En als het element dat nog niet gevonden is door hen
Maar wel door mij
Jij bent als alles
En als niets dat op jou lijkt
Uniek
Jaargetijden
Ik viel voor jou
Als een blad van een boom
In de herfst
Mijn liefde groeide
Als een roos uit een knop
In de lente
De tijd bevroor
Als het water in een trog
In de winter
Het is eeuwigdurend
Als een dag aan zee
In de zomer
Vraag en antwoord
Stel me een vraag
Ik weet een antwoord
Of het de goede vraag is?
Ik weet het niet
Het maakt niet uit
Stel me een vraag
Ik heb op alles
Een antwoord
Is dit het goede antwoord?
Ik weet het niet
Maakt het uit?
Ik weet het niet.
Onvindbaar
Er hangt zo veel in de lucht
Er is nog zo veel onbeantwoord
Onbesproken, onbenoemd
Onbemerkt
Men sluit de ogen voor alles
Dat overblijft, onzichtbaar is
We willen het zien, bemerken
Benoemen, bespreken
Het lukt niet
Ongewild, onbewust de ogen gesloten
Onvindbaar